Beleidsbegroting 2024-2027 Begroting 2024-2027

Paragrafen

Paragrafen algemeen

Dwarsdoorsnede begroting

De voor de programmabegroting verplicht voorgeschreven paragrafen beogen een “dwarsdoorsnede” te geven van de begroting, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. Het gaat daarbij om onderdelen van de financiële functie die betrekking hebben op de kaderstelling voor het beheer. Deze onderdelen hebben betrekking op financiële belangen en raken de hele begroting. Daarnaast zijn ze van belang voor het realiseren van de programma’s.

Het doel van de paragrafen is tweeledig. Ten eerste wordt de informatie die in de programma’s en overige financiële stukken versnipperd is weergegeven, gebundeld waardoor de raad een beter inzicht vanuit de verschillende, financieel gezien relevante, invalshoeken wordt verschaft. Daarnaast wordt door middel van de paragrafen aan

de raad een instrument aangereikt dat kan fungeren om de kader stellende en controlerende taak uit te oefenen.

Wettelijk kader

Er zijn zeven paragrafen wettelijk voorgeschreven in het BBV. Verplichte indicatoren zijn vanaf 2017 door Woudenberg in een aparte paragraaf verwerkt.

  • A. Lokale heffingen.

In deze paragraaf vindt u het beleid van Woudenberg met betrekking tot de lokale heffingen. Verder zijn hier opgenomen de belastingvoorstellen en de gevolgen hiervan voor de tarieven. We geven u een overzicht van de totale belastingopbrengsten en geven inzicht in de gevolgen voor de lokale lastendruk. Tenslotte melden wij u het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid voor belastingen.

  • B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

In deze paragraaf wordt ingegaan op het weerstandsvermogen van de gemeente. Het weerstandsvermogen is de mate waarin onze gemeente in staat is de middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening. In de paragraaf wordt aangegeven hoe hoog het weerstandsvermogen is en hoe wij de financiële risico’s schatten.

  • C. Onderhoud kapitaalgoederen

Dit onderdeel gaat in op het onderhoud van de infrastructuur. Wij geven een stand van zaken met betrekking tot het beleid van de gemeente inzake de kwaliteit en onderhoud van de kapitaalgoederen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de totale kosten voor onderhoud kapitaalgoederen zoals opgenomen in de programma’s.

  • D. Financiering

In deze paragraaf gaat het om de uitvoering van de treasury-functie. Dit beantwoordt de vraag hoe het beleid wordt gefinancierd en hoe wordt omgegaan met het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn.

  • E. Bedrijfsvoering

De paragraaf bedrijfsvoering is vanaf 2018 weer opgenomen. Het betreft onder meer de onderwerpen Personeel en Organisatie. Dat we hier weer aandacht aanbesteden heeft vooral te maken de BBV-wijziging waardoor bijvoorbeeld de personeelskosten naar de afzonderlijke producten/taakvelden worden geboekt en niet langer op één groot overzichtelijk budget. In deze paragraaf wordt dit toegelicht. Vanaf 2023 zal over de rechtmatigheid (verantwoordelijkheid van het college) in deze paragraaf worden gerapporteerd.

  • F. Verbonden partijen

Deze paragraaf geeft inzicht in de partijen waar Woudenberg zich bestuurlijk en financieel aan heeft verbonden. Dat wil zeggen dat de gemeente een zetel of stemrecht heeft in het bestuur en dat de gemeente middelen beschikbaar stelt. In de paragraaf worden de financiële risico’s benoemd en de ontwikkelingen geschetst.

  • G. Grondbeleid

Het grondbeleid kan belangrijk zijn bij het uitvoering geven aan de doelstellingen zoals opgenomen in de programma’s. Daarom is hier een afzonderlijke paragraaf aan gewijd. In deze paragraaf is aangegeven wat de actuele stand van zaken is van de in uitvoering zijnde complexen. Ook wordt er een prognose gegeven van de exploitatieresultaten van de complexen.

  • H. Verplichte indicatoren

In de herziene BBV wordt voorgeschreven dat gemeenten een basis set van beleidsindicatoren opnemen in de begroting. Doel hiervan: de begrotingen inzichtelijker maken voor raadsleden die niet met financiën zijn belast en een betere onderlinge vergelijkbaarheid van de gemeentebegrotingen mogelijk maken.