Samen met inwoners komen tot meer lokale, passende en integrale antwoorden op hun ondersteuningsvragen
Wat wilden we bereiken?
Zoveel als mogelijk en wenselijk worden ondersteuningsvragen dicht bij het huishouden opgepakt. We proberen het probleem niet ergens anders op te lossen (locatie van een professional) maar gaan waar mogelijk naar het huishouden toe. In gezamenlijkheid komen we tot een passend plan van aanpak. Dit betekent: eerst samen helder in beeld brengen wat er nodig is en daarna met het huishouden formuleren waar de ondersteuning aan moet voldoen en welke effecten worden beoogd. Vervolgens volgen we met elkaar of de gewenste effecten worden bereikt. Ondersteuning aan huishoudens dient één aaneensluitend traject te zijn vanuit alle levensdomeinen en gebaseerd op één plan van aanpak.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
We werken samen met verschillende maatschappelijke organisaties en Coöperatie De Kleine Schans (CDKS) om bovenstaande doelstelling te realiseren. De medewerkers van CDKS werken vanuit een integrale, generalistische en context-gebonden aanpak aan passende oplossingen op de gestelde ondersteuningsvragen. Bij het verlenen van hulp staat de eigen kracht en verantwoordelijkheid van de inwoner centraal. We denken mee met de inwoner welke ondersteuning er is in de sociale basis en in de vorm van algemene en collectieve voorzieningen. Als er aanvullende hulp nodig is, wordt passende hulp geboden.
Naast de uitvoering van de Jeugdwet, Wmo, Participatiewet, leerplicht en leerlingenvervoer richt de coöperatie zich met haar leden op de opgave om te komen tot alternatief, lokaal en preventief aanbod dat beter aansluit bij de vragen van inwoners. Het sociaal team en team samenleving vormen samen de spil in het realiseren van de veranderingen in het zorglandschap omdat zij de schakel vormen tussen de sociale basisinfrastructuur en de aanvullende hulp.
Vanaf 1 januari 2026 is de participatiewet in balans van kracht. Het uitgangspunt van deze wet is: Niet de regels, maar de mens centraal zetten.Het evenwicht moet worden bereikt door de menselijke maat centraal te zetten en uit te gaan van vertrouwen. In 2025 hebben we, voor zover mogelijk, ernaartoe gewerkt om per 1 januari 2026 volgens de nieuwe wet te kunnen gaan werken.
In 2025 hebben we gekeken hoe we onze basisdienstverlening op het gebied van schuldhulpverlening konden verbeteren. Dit heeft ertoe geleid dat we per 1 januari 2026 een nieuwe partner hebben op dit gebied, namelijk Stadsring uit Amersfoort. Stichting Stadsring biedt, naast de reguliere schuldhulpverlening, extra waarde door de inzet van een vaste pool van getrainde vrijwilligers. Deze vrijwilligers dragen bij aan de effectiviteit van het proces, door maatwerk te leveren. Dit leidt tot meer persoonlijke begeleiding, meer tijd en inzet op gedragsverandering gedurende het schuldhulpverleningstraject en intensievere nazorg voor inwoners.
Veel tijd en energie is in 2025 ook besteed aan de toekomstplannen voor het sociaal ontwikkelbedrijf. Door de uitstroom van de oorspronkelijke doelgroep Wet sociale werkvoorziening (Wsw’ers) heeft het sociaal ontwikkelbedrijf moeite om financieel gezond te blijven, terwijl zij zoveel expertise in huis heeft om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een passende werkplek te bieden. Deze mensen missen hierdoor kansen op betaald werk en ontwikkeling. Daarom heeft het Rijk gemeenten de opdracht gegeven om een om een plan te maken voor het sociaal ontwikkelbedrijf. In 2025 zijn in de eerste helft van het jaar de uitgangspunten voor de toekomst van het sociaal ontwikkelbedrijf vastgesteld en vervolgens zijn er plannen gemaakt voor de doorontwikkeling van RWA/Amfors tot een breed sociaal ontwikkelbedrijf met een bredere doelgroep en sterkere focus op ontwikkeling en integratie in de reguliere arbeidsmarkt.
Ook zijn er regionale afspraken gemaakt voor de Wet van school naar duurzaam werk. Deze regionale afspraken hebben tot doel om jongeren die dat nodig hebben te begeleiden naar duurzaam werk.